Tip 1: Plaats de barbecue op een goede, stevige en vlakke ondergrond. Dit voorkomt gevaren zoals het omvallen van de barbecue.

Tip 2: Laat het vlees eerst op kamertemperatuur komen (18 graden). Het dikke gedeelte van vlees of vis kan dan sneller gaar worden.

Tip 3: Presenteer het vlees niet buiten op warme dagen. Door de warmte kan het vlees snel bederven. Bewaar het binnen op kamertemperatuur.

Tip 4: Keer vlees of vis niet te snel om, het kan aan het rooster plakken. Na een paar minuten laat het vanzelf los.

Tip 5: Gebruik een vleestang in plaats van een vork. De vleessappen in het vlees blijven bewaard.

Tip 6: Pers het vlees niet tegen het grillrooster, zo verliest het vlees al zijn sappen.

Tip 7: Leg de gegrilde waren niet weer op de schotel waarmee u de rauwe waren naar de grill hebt gebracht. Zo voorkomt u dat bacteriën, die gedood waren in het verwarmingsproces, nu weer vrolijk op het vlees terecht komen. Gebruik dus een schone schaal!
Foto